Over een (innerlijke) reis en de reisgids die dienend bleek door Roos

Gepubliceerd op 29 januari 2026 om 10:00

Hoe ik een camperreis van acht maanden niet alleen ervoer als een uiterlijke verplaatsing door tijd en ruimte, maar hoe er ook grote innerlijke verplaatsingen waren, en hoe het nieuwste boek door Gejo en Julia daarbij als reisgids diende.  

 

We staan op het punt een camperreis te gaan maken door Zuid-Europa. Mijn vriend en ik, en onze twee kinderen van op dat moment drie en één jaar.  Acht maanden, is het idee. Ik kijk er zowel verwachtingsvol als gespannen naar uit. Het is een luxe dit te kunnen doen, zoveel ‘samen-tijd’ doorbrengen met ons jonge gezin, en de vrijheid ervaren die huist in een reizend bestaan. Tegelijkertijd vraag ik me soms angstvallig af wat er van me overblijft, nu ik op het punt sta zoveel houvast-gevende paaltjes voorlopig los te laten: de buurt waar we onderdeel van zijn, mijn werkplek, de nabijheid van vrienden en familie, de maandelijkse karavanserai-bijeenkomsten.

In de periode voordat we die camper in stappen, voel ik me regelmatig een dolende in de donkerte. Verstrikt geraakt in patronen die me al zo lang en bekend vergezellen, maar die ik vaak liever veilig in mijn schaduw laat meebewegen dan dat ik er het licht op durf te werpen. Het zijn patronen die zich vooral wreken op het gebied van sociale behoeften, erkenning en zelfontplooiing (voor de liefhebber: de bovenste drie lagen van de Maslow-piramide¹).

De ‘tropenjaren’-levensfase waar ik mij momenteel in bevind kent, naast het beleven van een nieuw soort geluksmomenten die de komst van twee kinderen voor mij met zich meebrengt, een wirwar aan condities en gebeurtenissen waartoe ik mij steeds opnieuw toe moet verhouden: gebroken nachten, hormonale veranderingen, een studie willen afronden, spanningen in het team op mijn werk, mijn bijzondere oma die overlijdt, ziekte bij een vriendin, verwijdering in mijn relatie ervaren, vraagtekens die opkomen bij sommige vriendschappen.

Het is allemaal niet eens zo zeer specifiek voor die zogenoemde tropenjaren. Het hele leven is een aaneenschakeling van veranderingen, waar je steeds maar weer je weg in moet vinden. Op snelwegen, in 30KM-gebied, en op dirt roads. Hoe doe je dat, zonder het spoor bijster te raken?

De veranderingen in een jaar, week, dag kunnen elkaar zo snel opvolgen - en het evenwicht in mij dusdanig beïnvloeden en verstoren - dat ik op de meeste dagen blij ben als het me lukt dankbaarheid te voelen voor het feit dat ik geen zorgen heb over primaire levensbehoeften en bestaanszekerheid, de onderste twee en meest fundamentele lagen van de Maslow-piramide. Ook in de bovenste drie lagen (sociale behoeften, erkenning en zelfontplooiing) is er op het eerste gezicht veel om dankbaar voor te zijn, maar toch: in de diepte voel ik er regelmatig pijn.

Pijn waar ik het liefst niet al te vaak wil zijn. Pijn? Omkeren en zo snel mogelijk een weg met minder weerstand zoeken. Onverwachte aanraking van pijn had (en helaas vaak genoeg nog: heeft) bij mij niet zelden verstrikking tot gevolg. Als ik verstrikt raak, schiet ik vaak in mijn hoofd. Ik verlies het contact met de sensaties in mijn lijf, met mijn gevoelens, met mijn intuïtie. Omdat het vaak een tijd duurt voordat ik me daar bewust van word, stapelt zich in mij ondertussen de spanning op. Tot er een uitbarsting komt, of juist een implosie. Ik weet dan niet meer waar ik het zoeken moet en vertoon gelijkenissen met een kat, die in het nauw gedreven rare sprongen kan maken.

Zo kan ik tijdens zo’n uitbarsting boos worden op mijn vriend, omdat: ‘hij zo weinig laat blijken wat hij in mij waardeert’ (het kan op zo’n moment ook een haast willekeurig lijkend ander verwijt zijn). Een implosie kan er bijvoorbeeld zo uitzien dat ik op het laatste moment een groepsetentje afzeg, dat opeens echt als de druppel voelt die de emmer doet overlopen in een week waarin ik veel te veel sociaal samenzijn gepland heb. Waarom zeg ik niet eerder dat het etentje niet uitkomt, op het moment dat ik voel dat deze week te vol aan het lopen is voor wat ik aankan? Want dat gevoel is er vaak al wel eerder, maar als ik het aan het verstrikken ben, wordt het niet gezien, genegeerd.  

En dan begint het zelfverwijt. Ik weet toch dat dit niet de goede manier is? Niet voor mezelf, en niet voor anderen? Ik stel niet graag teleur, en pas me makkelijk aan. Ik deel overal stukjes van mezelf uit die passen op de puzzelstukjes van een ander, zonder mezelf op tijd te realiseren dat ik pas écht wat te geven heb als ik mezelf heel houd. Ik leer mijn valkuilen steeds beter kennen, maar kukel er toch heel regelmatig weer in.     

Voor mij zijn twee dingen belangrijk om mezelf voor het verzand raken in zulke situaties te kunnen vergeven, te kunnen ont-schuldigen, weer terug te kunnen komen bij mezelf, bij liefde. Het eerste is: alleen-tijd. In stilte, met muziek, in de natuur, op een bank, rennend of stilstaand, het contact met mezelf herstellen. En van daaruit ook de verbinding met anderen weer kunnen herijken.

Het tweede is: de ander. Zoals velen dat met mij ervaren: in de ontmoeting met de ander, leer ik (ook) mijzelf kennen. Maar, in het dagelijks leven ervaar ik ontmoetingen met anderen vaak als makkelijk ontvlambaar en soms als ronduit onveilig. In iedere ontmoeting brengt een ieder zichzelf mee, inclusief al zijn of haar open wonden en littekens. In een mum van tijd, kunnen die verwondingen over elkaar heen gaan buitelen, en is de zuiverheid van de uitwisseling zoekgeraakt. Zou het niet zijn dat haast iedereen, aan de oppervlakte of dieper gelegen, angst heeft voor sociale ontmoetingen die gaan over de diepere lagen van ons menszijn, en die daar kunnen ontsporen? Misschien dat we daarom zo vaak ‘koetjes-en-kalfjes’-gesprekken met elkaar voeren. We willen elkaars nabijheid, maar we willen niet per se harde confrontaties. Niet met elkaar, maar eigenlijk vooral niet met onszelf, met onze eigen verwondingen.

Om patronen te kunnen doorbreken, om voluit te kunnen leven, zal ik toch echt bij mezelf te raden moeten gaan. Waar zitten mijn innerlijke verwondingen? Hoe werken ze door in wie ik vandaag ben, wat ik doe, hoe ik reageer? Om mijn eigen levenswonden met gerichte aandacht te kunnen verzorgen heb ik anderen nodig, maar dan wel in een omgeving waar de kans op vermenging met de pijn van anderen bewust geminimaliseerd wordt.

Zo’n plek vond ik een paar jaar voordat ik in de camper stapte, in de vorm van De Karavanserai. De Karavanserai als “een veilige, oordeelloze, steunende en autonomie-bevorderende omgeving waar zuiver gecommuniceerd en positief bekrachtigd wordt, via de principes van sturen-op-zelfsturing” (Duinkerken & Van Ettinger 2025, p. 27 ²).  

In het doorvoelen en uitdiepen van levenspijn zit groeipotentie, omdat littekens pas vervagen als ze ook echt een onderdeel van het geheel mogen zijn en blijven. Dat is eigenlijk de essentie van de karavanserai-beweging die Gejo en Julia geboren hebben laten worden. Tijdens de maandelijkse bijeenkomsten die zij faciliteren voor kleine groepen en stellen, beogen zij als het ware een pleisterplaats te creëren voor een ieder die op zoek is naar een veilige omgeving om zijn of haar verwondingen te verzorgen.

In de bijeenkomsten waarin ik samenkwam met ‘mijn’ karavanserai, heb ik de kracht ervaren van delen, van het mij durven uitspreken over datgene wat zich op dat moment diep van binnen in mij roert. Voor elkaar fungeren we als spiegels, en als steun. Met elkaar voelen we de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de eigen ruimte. We waken voor vermenging. Des te krachtiger voelt de herkenning. Telkens weer is na afloop van een bijeenkomst voelbaar hoe sterk we ons op zo veel vlakken verbonden voelen in ons mens zijn.

In deze ‘tropenjaren’, waarin ik zo vaak moeite heb mijzelf stevig op de grond te houden, mij geworteld en verbonden te voelen, voelen de karavanserai-bijeenkomsten voor mij als een oase van rust, van landen en van thuiskomen. Ondanks, en dankzij, de pijn die ik er regelmatig voel en de tranen die er regelmatig stromen. Er komen thema’s aan bod die voor ons allen gelden als van wezenlijk belang, om ons geworteld en verbonden te kunnen voelen.

Maar in het dagelijks leven, in de dagelijkse gesprekken en contacten lukt het mij (nog) niet goed om daar op een natuurlijke manier voldoende ruimte aan te geven, de – liefdevolle - confrontatie ermee aan te gaan op cruciale momenten. Dat het tijdens de karavanserai-bijeenkomsten, en toch ook sindsdien steeds vaker daarbuiten, wél lukt, geeft me kracht en hoop.

Gedurende de eerste maanden van onze camperreis wordt pas echt duidelijk hoe zeer mijn vriend en ik in de periode die aan de reis voorafgegaan is langs elkaar heen geleefd hebben. We beleven pijnlijke stiltes, die we eerst nog als vanouds proberen op te vullen met een duik in ieders eigen telefoon of een boek. Maar nu er daarnaast geen Amsterdamse afleidingsroutes meer zijn om naar uit te wijken (“joe, ik ga even de stad in!”), en de compacte gezamenlijke camperruimte ons toch ook echt dwingt tegenover elkaar te zitten, proberen we toch ook maar weer eens: het gesprek. Dat gaat eerst nog vanuit pijn en ontaardend in verwijt. Maar naarmate we het vaker proberen, lukt het ons om over onze eigen schaduw heen te stappen, vermenging van onze pijnen te voorkomen, en elkaar achter de donkere wolken weer echt te horen en in het licht te zien.

Het is in die periode dat ik van Gejo en Julia in mijn mailbox een eerdere versie ontvang van wat inmiddels gepubliceerd is als hun meest recent boek: ‘Naar het licht van bewustzijn. Pad van innerlijke groei. Worden wie je werkelijk al bent’ ². Het verzoek van Gejo en Julia om het concept van hun aanstaande boek mee te lezen en van feedback te voorzien, komt voor mij op een uitgelezen moment. Nu ik weer ruimte voel om bezig te gaan met een innerlijke reis, met thema’s die medebepalend zijn voor de manier waarop ik in de wereld sta en die mij triggeren, is een goede reisgids precies wat ik nodig heb. Gretig scan ik de hoofdstukken, en blijf ik hangen bij passages die op dat moment bij me resoneren, zoals het de passage over ‘volwassen worden als transformatieproces’ (p. 40) en hoofdstuk 10, waarin ik lees over routes die meegespeeld kunnen hebben bij het ontstaan van mijn sterke neiging om mee te gaan met de wensen van een ander.

Nu Gejo en Julia een aantal jaar ervaring opgedaan hebben met het begeleiden van verschillende karavanserai-groepen en paren, ontwaren zij steeds meer consistentie in de vorm van de bijeenkomsten en thema’s die vaak voorbij komen. Het verlangen groeide om dit in samenhang te beschrijven, en hiermee als het ware een groeigids te schrijven voor een ieder die probeert zich meer bewust te worden van processen die zich in de diepte voltrekken en te reflecteren op de manier waarop die voor een ieder apart doorwerken in het dagelijks bestaan.

Het is niet een type boek dat ik van A tot Z probeer te doorgronden en analyseren. Juist ook omdat het boek een uitreiking is naar het diepere voelen, en dat diepere voelen voor mij ruimte en pauzes nodig heeft. Ik blader het door op momenten dat ik een zijpad zoek, bijvoorbeeld wanneer ik voel dat ik verstrikt dreig te raken. Dan begin ik te bladeren en blijf hangen bij onderwerpen die op dat moment resoneren. De beschrijvingen nodigen uit buiten wetenschappelijke - soms haast dichtgetimmerde - kaders te denken, te voelen, en te omarmen wat je niet altijd kunt begrijpen. Ook (of misschien: juist) als ‘er (nog) geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan is of iets als integrale theorie moeilijk bewijsbaar is’ (Duinkerken & Van Ettinger 2025, p. 22). Het boek biedt een handreiking naar hetgeen bij de lezer soms (ook) begrepen, maar vooral: gezien wil worden. Het geeft hiermee een indruk van het heilzame dat deelname aan de karavanserai kan voortbrengen.  

De uren die ik in de karavanserai-bijeenkomsten heb doorgebracht, zat ik veelal op het puntje van mijn stoel en was ik er met mijn aandacht op het scherpst van de snede. Wat per bijeenkomst precies maakt dat kairos er vrij spel lijkt te krijgen, en dat het leven er na afloop - ondanks de zwaarte die er kan zijn - altijd weer even lichter voelt, zou ik graag meer grip op krijgen, vast willen pakken.

Maar die cocktail laat zich niet eenvoudig - en misschien zelfs eenvoudig niet - beschrijven. Dat is ook niet het doel van dit boek. Meer van die cocktail kunnen proeven, vraagt om een soort van overgave, om de bereidheid tot niets anders willen dan ervaren en vertrouwen op de komst van dat wat dat diepe ervaren voortbrengt. Het is als bij het eeuwenoude concept ‘satsang’: ‘mensen komen bijeen in het veld van bewustzijn en liefde van een ontwaakte, totdat ze beseffen dit ontwaakte en verlichte bewustzijn zelf te zijn’ (Universal, z.d.³).

Zo’n besefmoment gaat tijdens een karavanserai-bijeenkomst niet zelden gepaard met een diepe stilte. “In die stilte is te voelen hoe dingen uitgegraven zijn en om verdere bezinking vragen”, zo schrijven de auteurs (Duinkerken & Van Ettinger, 2025, p.24). En: “Die ervaringen zijn nauwelijks op te schrijven.”

Liefdevolle begeleiding bij het vinden van richting en bij ervaren, daar zijn de karavanserai-bijeenkomsten bij uitstek geschikt voor.

Aanvullend is dit een waardevol boek voor karavanserai-deelnemers en belangstellenden die weer even houvast zoeken op dat, soms begroeid dreigend te raken, pad van innerlijke ontwikkeling en groei. Voor wie, zoals ik tijdens mijn camperreis, weer even wat reisbegeleiding zoekt.

Dank Gejo en Julia!

[1] Maslow, A.H. (1943). A theory of human motivation. Psychological Review, 50(4), 370 – 396. https://doi.org/10.1037/h0054346
[2] Duinkerken G. & Van Ettinger, J. (2025). Naar het licht van bewustzijn. Pad van innerlijke groei. Worden wie je werkelijk al bent.
[3] Universel. Katwijk aan zee. (z.d). Satsang met Naropa. Geraadpleegd op 20 januari 2026, van
https://universel.nl/2026-05-19-satsang-met-naropa/

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.